Wat gaat mijn kind leren?










Wat gaat mijn kind leren?

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Er wordt thematisch gewerkt als vervolg op de methode UK en Puk van de peuterspeelzaal. Er wordt hierbij nauw samengewerkt met de peuterleidsters van de peuterspeelzaal. Deze manier van werken zorgt ervoor dat de overgang van peuterspeelzaal naar basisonderwijs zo soepel mogelijk verloopt. Het thematisch werken dat in de peuterspeelzaal wordt gestart loopt door in de groepen 1 en 2 van de basisschool. Het programma richt zich niet alleen op de taal, maar op de gehele ontwikkeling van het kind. Sinds schooljaar 2005-2006 zijn de meeste peuterspeelzaalleidsters en leerkrachten officieel gecertificeerd om te mogen werken met een VVE programma. 

Groep 1 en 2

De aanpak in groep 1 en 2 verschilt van die van de andere groepen. Ook de inrichting van de lokalen en de manier van werken is anders. Er wordt gewerkt, gespeeld en geleerd aan tafels, in de hoeken, in de speelzaal, op het plein en in de kring. Leren gebeurt vooral door spelen. In groep 1 is dit nog heel vrij, terwijl in groep 2 meer gerichte opdrachten gegeven worden. De meeste “vakken” komen in samenhang, aan de hand van een onderwerp (thema) aan de orde. Voorbeelden van thema`s zijn: vervoer, lente, lichaam, markt en winkel. Een belangrijk moment in de groep is de kring. In de kring worden niet alleen de belevenissen van de leerlingen zelf besproken, maar komen ook allerlei leeraspecten aan de orde: taalactiviteiten, muzikale vorming, leer gesprekjes over een bepaald onderwerp (thema). Ook het eten en drinken tijdens de ochtend gebeurt in de kring. 

Het werkuur
In het werkuur worden via een bepaalde volgorde diverse opdrachten uitgevoerd. Soms zijn dit opdrachten van de juf, maar ook vrije opdrachten horen hierbij. In dit werkuur zit onder andere: het bouwen met blokken, tekenen, verven, puzzelen, spelen in de poppenhoek, boeken bekijken en verhalen beluisteren. Verder worden de nodige voorbereidingen getroffen voor het leren in groep 3. Dit is het werken met diverse ontwikkelingsmaterialen. 

Het spelen
Twee keer per dag spelen de kleuters buiten met buitenspelmateriaal.
Ook krijgen ze in de gymzaal bewegingsonderwijs. Op het rooster worden verschillende leer- en vormingsgebieden onderscheiden. In de dagelijkse praktijk is dit nauwelijks merkbaar. Wie speelt in de poppenhoek is ook bezig met taalontwikkeling, wie speelt met de lotto leert ook getallen en kleuren en wie op een vel de golven van de zee tekent is ook bezig met voorbereidend schrijven.
Er is veel aandacht voor taalvorming, omdat dit de basis is voor ander leren in de volgende groepen. Aan het einde van groep 2, als uw kind zes jaar is wordt besproken of een kind naar groep 3 kan. 

groep 3 t/m 8

Taalvaardigheid
De basis van al ons onderwijs is taal, daarom wordt hier ook heel veel aandacht aan besteed. In groep 1 en 2 zijn al voorbereidingen voor het lezen getroffen, maar in groep 3 wordt methodisch met leren lezen begonnen. Dit gebeurt aan de hand van een aantal verhalen uit de methode Veilig Leren Lezen. Als vervolg hierop start het leesonderwijs. Met behulp van leestoetsen kunnen we de vorderingen van leerlingen bepalen. Naast het klassikaal lezen en de boekenprojecten worden de leerlingen ook gestimuleerd om boeken te lezen. In de klas en in de schoolbibliotheek zijn voldoende boeken aanwezig. Het is belangrijk dat ook thuis regelmatig gelezen wordt met de kinderen. Dit hoeft niet zo lang, als het maar regelmatig gebeurt.

Naast het oefenen van de leestechniek wordt er geoefend in het begrijpen van teksten. Het goed kunnen lezen van een tekst is heel belangrijk, maar het begrijpen wat er gelezen wordt, is zeker zo belangrijk. Op school werken we met de begrijpend leesmethode Goed Gelezen.

Bij het taalonderwijs wordt veel aandacht besteed aan mondeling taalgebruik, spelling (dictee), woordenschat, zinsbouw en creatief taalgebruik. Vanaf groep 4 gebruiken we hiervoor de methode Taalactief. Voor begrijpend lezen en taal wordt aan de hand van toetsen uit de methode en van Cito gekeken of de behandelde stof wordt beheerst. Is dit niet zo dan wordt extra hulp gegeven. 

Engels
In de groepen 7 en 8 wordt één keer per week Engels gegeven. De kinderen hebben hier een lesboek voor. Met deze lessen worden de kinderen alvast voorbereid op de Engelse les op het voortgezet onderwijs. De gebruikte methode is Real English. 

 
Rekenvaardigheid
Bij het rekenonderwijs wordt veel aandacht besteed aan het inzicht en begrijpen van rekenproblemen. Niet alleen maar de maniertjes leren om een som op te lossen. Wij vinden het belangrijk dat de leerlingen praktische rekenproblemen in het dagelijks leven kunnen oplossen. Daarvoor zijn de volgende vaardigheden van belang: de tafels leren, leren optellen en aftrekken, vermenigvuldigingen en staartdelingen kunnen maken en met breuken kunnen omgaan. Verder is het belangrijk om tabellen en grafieken te kunnen aflezen en begrijpen. De methode die bij rekenen wordt gebruikt is Wis & Reken. Ook bij rekenen gebruiken we toetsen uit de methode en van Cito om te bekijken of de leerlingen de aangeleerde stof beheersen. Na evaluatie van deze toetsen wordt er verdiepingsstof en extra hulp bij uitval aangeboden. Soms worden leerlingen in een ander rekenniveau geplaatst. 

Schrijfvaardigheid
Om te schrijven moet uw kind een bepaalde ontwikkeling hebben doorgemaakt. In
groep 1 en 2 wordt hier volop aandacht aan besteed. In groep 3 gaat het schrijfonderwijs gelijk op met de woorden die worden aangeleerd. Tot en met groep 6 wordt het schuinschrift klassikaal geoefend en toegepast. Vanaf groep 7 wordt er tot het einde van groep 8 regelmatig aandacht besteed aan de ontwikkeling van een persoonlijk handschrift. Voor schrijven gebruiken we de methode Pennestreken. 

Wereldoriëntatie
Onder wereldoriëntatie verstaan we de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, natuurkunde en verkeer. In de groepen 3 en 4 is de scheiding tussen de verschillende vakken bij wereldoriëntatie niet of nauwelijks aanwezig. Bij de groepen 5 t/m 8 zijn het duidelijk aparte onderdelen. Bij aardrijkskunde leren de leerlingen Nederland, Europa en de werelddelen kennen. Niet alleen leren ze de namen van landen, gebieden, steden, rivieren, bergen e.d., maar ook hoe de mensen leven. Bij geschiedenis leren de kinderen hoe mensen vroeger leefden, hoe het land eruit zag, wie de baas was, enz. Bij biologie / natuurkunde komt alles wat leeft in de natuur ter sprake. Voor aardrijkskunde gebruiken we de methode Meander. Voor geschiedenis de methode Tijdstip en voor natuurkunde de methode Wijzer door de natuur. Bij alle onderdelen van wereldoriëntatie wordt zo mogelijk gebruik gemaakt van ondersteunend materiaal van bijvoorbeeld schooltelevisie en internet. Ook van het lesaanbod van het Natuur en Milieu Educatief centrum (NME Weizigt) wordt veelvuldig gebruik gemaakt. Met behulp van deze informatiebronnen worden o.a. werkstukken gemaakt. Deze manier van werken wordt steeds meer in het voortgezet onderwijs gebruikt. Door er op school mee te oefenen zijn de kinderen beter voorbereid. 

De rol van de computer
De computer is tegenwoordig een heel vanzelfsprekend hulpmiddel in het onderwijs. Elke leerling maakt op zijn niveau kennis met het werken met een computer. De leerlingen uit de lagere groepen doen dit nog vaak onder leiding van de leerkracht, terwijl de leerlingen uit de hogere groepen dit meestal zelfstandig doen. In elke groep is een interactief digitaal schoolbord aanwezig. Er zijn voldoende snelle leerling-computers voor de leerlingen. De leerlingen maken gebruik van de computer bij het verwerken van de aangeboden leerstof (steeds meer methoden hebben uitgebreide software ter ondersteuning van het leerproces) of voor het maken van werkstukken.

Voor de kleuters en groep 3/4 zijn er veel spelletjes bv.: plaatjes raden, kleuren, memory, puzzelen. Voor de groepen 3 t/m 8 zijn er programma’s op het gebied van taal/lezen, rekenen en wereldoriëntatie. Internet en E-mail worden daar waar mogelijk ingezet bij het maken van de opdrachten. 

 
Expressie
Met de expressieactiviteiten op obs Mondriaan bedoelen we muziek, tekenen, handvaardigheid en dramatische expressie. Muziek betekent in elke groep zingen. Soms met behulp van cd’s, maar ook in een aantal groepen met de gitaar als begeleidingsinstrument. Daarnaast zijn er allerlei eenvoudige instrumenten op school aanwezig, waarmee de kinderen zelf muziek kunnen maken.

Tekenen en handvaardigheid zijn twee activiteiten die ook in alle groepen minimaal één keer per week aan de orde komen. Vooral in de lagere groepen is dit meerdere keren per week en bij de kleuters zelfs elke dag. Er worden allerlei materialen gebruikt: van kleurpotloden en viltstiften tot klei en papier-maché. Daarnaast worden diverse technieken gebruikt zoals: stempelen, zagen en vlechten. Bij dramatische expressie leren we de kinderen om zich vrij te uiten. Dit kan geoefend worden aan de hand van toneelstukjes, optredens, rollenspelen, enz. 

 
Bewegingsonderwijs
Het bewegingsonderwijs neemt op obs Mondriaan een speciale plaats in. We zien het bewegen als gedrag, zowel het lichamelijke als het verstandelijke aspect van het bewegen worden aangesproken in de les.

Door middel van verschillende bewegingssituaties willen wij de kinderen laten kennismaken met en opvoeden in vele vormen van bewegen. Gezondheid, samenwerking, fairplay, omgaan met/in nieuwe bewegingssituaties en introductie in de sport- en beweegcultuur krijgen volop de aandacht.

Om dit te kunnen verwezenlijken hebben wij een goed uitgeruste sporthal en speellokaal tot onze beschikking. Tevens kunnen we gebruik maken van een buitenaccommodatie naast de school. Om kinderen ook met andere bewegingsvormen kennis te laten nemen, gaan wij elk jaar een keer buiten de school klimmen, schaatsen en zwemmen. Alle lessen worden gegeven door vakleerkrachten in samenwerking met de groepsleerkrachten. Het leren in de klas kan ondersteund worden door het bewegingsonderwijs en andersom.

Bij de binnen- en buitenlessen moeten de kinderen gymkleding en gymschoenen dragen. Kinderen bewegen prettiger in gymkleding en ook wat betreft de hygiëne is gymkleding noodzakelijk.